van de slager

Opkikkertje voor na de feestdagen!

kippenbouillon

fotografie Annemarie Sabelis

Nog moe van het eten en -drinken van de afgelopen weken en toch een beetje flauw? Neem een zelf getrokken bouillonnetje. Lekker licht verteerbaar en verwarmend voor de buik. Het is zoiezo fijn om een goede bouillon in huis te hebben, in je vriezer bijvoorbeeld. Dan kan je te allen tijde een soepje brouwen. Prettig idee toch?

En skip de hippe illusie dat bouillon krachtvoer is. De Volkskrant heeft zich daarover gebogen toen in 2015 de bouillonbars in London en New York als paddenstoelen de grond uit schoten en van botten getrokken bouillon plotsklaps de hemel in geprezen werd vanwege uitzonderlijk hoge dosis mineralen, gelatine, collageen en calcium. Dat valt dus reuze mee. Of tegen, zo je wilt. Overigens heeft een goede bouillon wel een voedzaam laagje vet. Laat dat vooral lekker zitten!

 

Vraag de slager 2 à 3 kipkarkassen en rooster die een kwartiertje in een voorverwarmde oven op 200 graden tot ze goudbruin gekleurd zijn. Zet de kipkarkassen op met tenminste 2,5 liter water, een grote gehalveerde ui, 3 stelen bleekselderij, een flinke winterwortel, een peterseliewortel, een bouquet garni van een pluk peterselie, een paar takjes tijm en een (vers) laurierblad en flink wat peper en zout.

Breng de bouillon in spe aan de kook en laat op ‘m op heel zacht vuur tenminste 1,5 uur pruttelen zonder dat ie kookt. Haal van tijd tot tijd het schuim van de bouillon want dat schijnt de smaak niet ten goede te komen. Ik moet bekennen dat ik dat eigenlijk nooit doe. Toch maar eens proberen. En daarmee heb ik gelijk een goed voornemen voor het komend jaar! Giet de bouillon door een fijne zeef en voilà! Serveer met een beetje fijngehakte selderijblad of krulpeterselie, knoflook, verse gember of citroentijm.

Je kunt de kipkarkassen ook vervangen door botten van lam, koe of kalf natuurlijk.